Online discussieforum over stadslandbouw

2013
09.18

Fotograaf: Andreas Schwarzkopf (via Wikimedia Commons)

Het is zo ver: eindelijk is het discussieplatform over stadslandbouw – geïnitieerd door Wageningen Universiteit – online. je bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de online discussies en natuurlijk ook om er je eigen vragen te stellen.

Inhoud

Omdat het gaat om een internationaal forum is de voertaal voor de discussies engels. De samenstellers formuleren de inhoud van het forum als volgt:

“Community gardens in the city are becoming more popular nowadays thanks to an increasing awareness of the importance for our well-being of living in a green environment, and the demand from people to have the opportunity to grow their own food. In earlier times community gardens only had an economic purpose for gardeners themselves to raise their own food. Can city gardens be significant local food producers?

Nowadays we realise that gardens have a social, cultural and ecological function too. By working in a garden we become aware of how we are influencing our living environment with our food consumption patterns. The gardens are a place for different species of flora and fauna and they are a meeting place for citizens. By making those qualities more visible the community gardens are strengthening their role and function with local authorities, hence reducing the threat of being replaced by housing and infrastructure. What are the social, ecological and cultural impacts of community food production in the city? If so, what kinds of business or barter models are possible?”

Hoe werkt het
Klik op de link hier onder. Je komt dan terecht op het forum Livingknowledge.org, een platform waar de internationale wetenschapswinkels hun informatie delen met een netwerk van aangesloten burgers. De link leidt je binnen de site direct naar de discussies over stadslandbouw.

>>>>> DISCUSSIEFORUM <<<<<

Om mee te doen maak je een profiel aan (rechts op de pagina, aanmelden via social media zoals Facebook is ook mogelijk). Vergeet niet een foto te uploaden (klik op je naam > settings). Dan weten we ook wie je bent; het maakt een gesprek een stuk persoonlijker, nietwaar?

Dat was het! Je kunt nu een onderwerp inbrengen, vragen stellen, antwoorden formuleren, links naar sites opnemen, kortom: een debat starten. Je kunt je discussiepunt of antwoord een kopje geven en je kunt in een groter tekst vak een uitgebreidere beschrijving geven.

Het forum is een pilot en deze discussie over stadslandbouw loopt de komende twee maanden. Als je jezelf hebt aangemeld, ontvang je over enkele maanden ook een samenvatting van de gevoerde discussies.

Mocht je nog vragen hebben, dan kun je die het beste kwijt op het forum onder het kopje ‘Food Gardens and the City: please ask your questions’.

Veel uitwisseling gewenst, en wie weet komen we elkaar er nog tegen.

 

IJdelheid

2013
09.05

Ik heb al vaak het geluk gehad besturen te mogen begeleiden bij het uitwerken van visies, missies, langetermijndoelen, beleidsstrategieën, organisatie-identiteit, klant-identiteit, focus, marketingstrategie, teambuilding en wat dies meer zij. Intensieve dagen zijn dat, maar doorgaans heel dankbaar. Laatst besloot ik één van mijn kortere sessies eens op film vast te leggen. Amateuristisch, want filmen en een gesprek leiden laten zich nu eenmaal niet altijd even goed verenigen. Daarnaast houd ik er niet zo van om zelf in beeld te verschijnen.

Wat zo ontzettend leuk is, en waar ik het stiekem allemaal voor doe, is om later terug te horen dat zo’n bestuur niet alleen veel lol heeft gehad maar dat ze ook echt veel beter zijn gaan communiceren. Of dat de sessie een breekijzer geweest is voor een andere koers. Of dat zich weer nieuwe vrijwilligers hebben aangemeld. Het streelt mijn ijdelheid, en ach, in dit geval vind ik dat het mag. Maar zelf in de film verschijnen – daarvoor pas ik nog even.

 

 

Vooraankondiging Social Green Drinks

2013
07.02

Kennisdeling is belangrijk. En leuk! Daarnaast breng ik graag mensen met elkaar in contact en vind ik het waardevol om te laten zien dat we samen meer kunnen bereiken dan alleen. Daarom organiseer ik vanaf september een aantal keer per jaar Social Green Drinks.

Social Green Drinks zijn netwerkbijeenkomsten met een thema op het snijvlak van ‘groen’ en ‘sociaal’. Tijdens een avond zijn er twee sprekers die ieder 10 minuten een inspirerende case neerzetten, met daarna ruimte voor vragen. Ook is er een korte, gezamenlijke brainstormsessie die aansluit bij het dagthema.

De eerste Social Green Drinks vindt plaats op maandagavond 9 september tussen 19:30 uur (inloop) en 22:00 uur (ex uitloop). Het thema van deze editie is sociale (stads)landbouw. Je kunt je inmiddels inschrijven. Klik voor meer informatie en aanmelden hier.

Voel je vrij om onderstaande flyer door te spelen aan anderen, hen uit te nodigen voor het event via Facebook of op ‘delen’ onder aan dit bericht te klikken.

Ben je er ook bij?

 

SGD uitnodiging 9 september

 

Anonieme fora als hulp bij afkicken

2013
06.25

Foto: Drugsforum.nl

“ik was 2 weken gelden begonnen met afkicken. (alweer) Nou de eerste week wou ik gaan afbouwen. nou dat lukte dus niet ging toch steeds meer nemen.  […] wat moet nou doen want ik moet echt slapen ben al bijna 2 weken wakker. weet iemand misch wat ik het beste kan doen om te slapen want heb het echt nodig overdag loop ik er bij als een zombie en s nachts ben ik wel moe maar kan gewoon niet in slaap komen groetjes”

Fora
Een leven zonder internet is tegenwoordig niet meer weg te denken. Wat zouden we moeten zonder email, Facebook en Wikipedia? De wereld is met het internet steeds groter geworden; alle informatie is maar een paar muisklikken weg. Maar de wereld is ook kleiner geworden: we draaien onze hand niet om voor een Skypesessie met China. We zijn inmiddels op een andere manier met elkaar verbonden. Dat geldt ook voor verslavingen en verslavingszorg.

Eén van de eerste vormen van informatieuitwisseling op internet was het forum. In eerste instantie vooral voor echte geeks om onderling technische problemen en nieuwtjes uit te wisselen. Maar even later ook voor zwangeren, paardenliefhebbers, autofanaten en voetfetishisten. En voor verslaafden. Om ervaringen over partydrugs uit te wisselen – en ervaringen en tips rond afkicken.

Fora zijn populair. Ze zijn relatief anoniem en je vindt er gelijkgestemden waarmee je iets deelt, en die dus een ‘peer group’ vormen waarbij je je vraag kunt stellen. Het niveau ervan is erg wisselend. Soms worden er alleen vragen gesteld, soms wordt er veel geruzied. Maar ook zitten er een paar pareltjes bij van antwoorden, waar je echt iets aan hebt. Praktische tips vaak, om afkicken makkelijker te maken of je voor te bereiden op het ergste. Een hart onder de riem. Waarschuwingen. En vooral veel persoonlijke verhalen en het gevoel dat je niet de enige bent die een probleem heeft.

Gevaarlijk?
Fora kunnen gevaarlijk zijn; de verhalen zijn persoonlijk en de manieren van afkicken zijn dat ook en zijn dus vaak niet herhaalbaar. Soms wordt dat niet duidelijk, en creëer je daarmee het risico dat iemand jouw goedbedoelde advies klakkeloos overneemt en daardoor de mist in gaat. Aan de andere kant zijn fora een bron van ervaringsdeskundigheid die je aanboort wanneer alle andere kanalen falen. Wanneer je huisarts geen verstand heeft van je verslaving, je niet om een doorverwijzing durft te vragen, of wanneer je niet wil dat je omgeving weet dat je gebruikt. Wanneer je het op eigen kracht wil proberen omdat je vreest voor je baan als je wordt opgenomen. De anonimiteit van een forum is dan een pré.

Online hulpverlening
Online afkickhulp – vaak in combinatie met offline hulp – is in Nederland vrij populair. Ervaringen zijn doorgaans (voorzichtig) positief. Afkicken van alcohol met een online programma, groepsbijeenkomsten en een dagelijks coachcontact leidt tot terugval van 10% in plaats van de reguliere 40% in een kliniek. Dat mag je best spectaculair noemen, zelfs wanneer je rekening houdt met hoe anders de doelgroep is die er gebruik van maakt.

Afkickprogramma’s waarbij je opgenomen wordt, soms zelfs op reis gaat naar een luxe ‘vakantieoord’, heeft als grote voordeel dat het afkicken gemakkelijker maakt. Je hebt afleiding, 24/7 begeleiding, een rustgevende omgeving en je bent helemaal weg uit je dagelijkse routine. Je komt niet meer de verleidingen tegen die je eerst had, dus dat maakt het gemakkelijker om bepaalde patronen te doorbreken.

Thuis afkicken betekent juist dat je die patronen op eigen kracht moet zien te doorbreken en dat je dus de confrontatie aangaat met de momenten die ‘ingesleten’ zijn en waarvoor je nu een alternatief moet zoeken. Je moet jezelf dus ‘herprogrammeren’, thuis en op je werk. Het grote voordeel is dat je de grote strijd – namelijk terugvallen in oude gewoontes wanneer je terug komt in je verleidende omgeving – gelijk aan gaat.

Informeel afkicken
Thuis en zonder hulp van professionals afkicken is weer een ander verhaal. Je hebt dezelfde moeilijkheden als afkicken in een thuissituatie, maar zonder de backup van professionals en coaches die je bijstaan als het moeilijk wordt. Fora kunnen daarbij ook niet helpen; het is statisch en niet geschikt voor snelle hulp en interactie als je het moeilijk hebt. Maar het is wel een gat waar ervaringsdeskundigen in kunnen en misschien zelfs moeten springen, want de groep is er zeker. Sterker nog: veel verslaafden proberen het eerst op eigen kracht en komen pas later in het hulpverleningscircuit terecht. Met de schaamte en het gevoel van zwakte die kleven aan een verslaving is dat niet zo gek.

Lastig is dat een verslaving bijna nooit op zichzelf staat. Vaak liggen er psychische problemen aan ten grondslag. Wanneer die niet ook worden aangepakt is de kans op terugval erg groot. Er zijn ervaringsdeskundigen die juist de mensen coachen en begeleiden die het op eigen kracht willen proberen. Vanuit enerzijds hun ervaringen en soms ook een professionele (institutionele) inslag, en met oog voor de persoonlijke en psychische omstandigheden van de verslaafde. Er komen steeds meer opleidingen tot ervaringsdeskundige, die vaak wel een institutionele setting hebben. Ze leiden op tot werk binnen de reguliere verslavingsinstellingen.

Informele hulp bij afkicken
Mijn kennis over informele hulp bij suïcidewensen is dat een goede coach die jou ziet en behandelt als mens – en niet als cliënt – een groot verschil maakt. Ik juich het gebruik van ervaringsdeskundigheid sterk toe, en ben benieuwd naar de kennis die er is over ervaringsdeskundigheid binnen de informele sfeer als het gaat om verslaving. Dus: hulp aan afkickers door afgekickten, maar niet in een instellingsomgeving. Juist door het informele karakter is er weinig over te vinden, dus ik ben benieuwd naar jullie ervaringen. Is het mogelijk om op deze manier eerder in te grijpen of een groep verslaafden te bereiken die anders buiten de boot (blijven) vallen?

“Een hele tijd geleden heb ik jullie allemaal eens laten weten dat ik wilde gaan afkicken. Ben heel wat hulp en instanties wijzer geworden, mede dankzij dit forum. Ben na 5 jaar gebruiken eindelijk eraf en voel me erg goed. […] Wil iedereen die me heeft gemotiveerd op dit forum bedanken. Heb er veel steun aan gehad. Iedereen die nog moet afkicken wens ik heel erg veel sterkte toe.”

 

Succesfactoren voor groen in de ouderenzorg

2013
06.18

rolstoeltuinieren

“Eigenlijk gaat 25% van de tijd zitten in het werk zelf, en 75% van de tijd in het praten met de mensen.”

Afgelopen dinsdag organiseerde het Knooppunt Bouwen met Groen een bijeenkomst over de waarde van ‘groen’ in de ouderenzorg. Toen ik de straat in reed van Woonzorgcentrum Tolsteeg, waar de bijeenkomst was, wierp ik al zoekende naar een parkeerplaats snel even een blik op het centrum. Tot mijn verrassing zag ik er in de kas voor het centrum daadwerkelijk mensen.

Dat klinkt misschien wat negatief, maar de ervaring leert dat ‘groene’ projecten vaak een enthousiast begin kennen, maar vervolgens langzaam doodbloeden. Wanneer de eerste interesse vervlogen is en de routine van alledag weer de overhand krijgt, is het soms moeilijk om een tuin levend te houden. Een aanjager ontbreekt die de vaart er in houdt. Dat bleek dan ook één van de succesfactoren te zijn bij de tuin en kas van Tolsteeg. Want Tolsteeg heeft Kees.

Kees
Kees – ecologisch hovenier van beroep – is een bevlogen man die graag een praatje maakt en de ouderen van het centrum graag ziet komen. Hij laat ze allemaal kennis maken met de tuin en alles wat er groeit en bloeit. Hij laat ze ruiken, proeven, voelen. Ervaren. En dat is hoe hij de harten van de bewoners en medewerkers voor de tuin wint: één voor één.

Kees is succesfactor nummer één. Een bevlogen, sociale aanjager die langere tijd de zorg voor de tuin aan zich toevertrouwd ziet, en de planningen, groeischema’s en het leeuwendeel van het plantwerk doet. Die communicatief is naar bewoners en medewerkers, en goed overweg kan met de aangehaakte vrijwilligers. Dat is geen vrijblijvende functie: Kees is in dit geval in dienst bij de zorgverlener (AxionContinu) en de woningcorporatie. Geen vrijwilligerswerk dus. Er is geïnvesteerd in een goede aanjager, en dat is een kritieke factor. Puur vertrouwen op vrijwilligers of het organiserend vermogen van burgers – zoals bij veel buurtprojecten – blijkt keer op keer niet echt te werken. Ben je niet bereid te investeren: doen het dan niet. Professionaliteit is wat waard.

Enthousiasme
Natuurlijk zijn er meer factoren die je project maken of breken. Succesfactor nummer twee is het ‘meekrijgen’ van de medewerkers, met name in het primaire proces. Zij zijn degenen die er voor zorgen dat de ouderen al dan niet naar buiten worden gebracht en kennis maken met de tuin. Zij gebruiken je groenten en kruiden al dan niet bij het bereiden van de maaltijden. Zij maken de ouderen en hun familie én elkaar enthousiast. Dat vraagt dus om goede communicatie en samenwerking om tot een gezamenlijk programma te komen; ‘alle schakels met elkaar verbinden’. Al is het maar iets simpels als samen aan een lange tafel tuinbonen doppen en klaar maken.

Aanjager
De derde factor die van belang is, is de aanwezigheid van een enthousiaste interne aanjager die onder andere voor de vrijwilligerstoevoer zorgt en het overzicht houdt van het verloop van het project; de beleidsmatige kant dus. De lokale coördinators welzijn en de regionale servicemanagers zijn in het plaatje erg belangrijk.

Kernteam
Ten slotte is de vierde succesfactor de samenstelling van het kernteam dat nadenkt over de tuin en de implementatie van het plan. Zorg voor een breed team met veel verschillende disciplines. Vergeet daarbij zeker de medewerkers in het primaire proces en je ‘tuinman Kees’ niet! Zij zijn degenen die praktisch kijken naar de mogelijkheden en voorwaarden. Zo voorkom je een tuinontwerp met te weinig zon of te smalle paden voor rolstoelen en zorg je direct voor ‘eigenaarschap’ van het project.

Uiteindelijk draait het hele welslagen van een dergelijk project om de continuïteit en dus de organisatorische borging.

Als ik weer weg ga zie ik Kees zitten op een bankje. Naast hem zit een oude dame, haar rollator naast het bankje geparkeerd. Kees reikt haar de bloem aan die hij net heeft geplukt. Ze ruikt er aan, en glundert.

 

Ik ben benieuwd naar jouw ervaring met ‘groen’ in de zorg! Deel je die hier onder met ons?

 

Dakloos en toch gezond eten?

2013
06.11

Foto: Brent Knoll. Via Flickr.com

“Ja wijffie, had je niet gedacht hè?” Het is de trotse opmerking van een dakloze die ik af en toe spreek. Toen ik hem vertelde over de kleine moestuin die ik samen met mijn kinderen in onze achtertuin begonnen was, haakte hij vol enthousiasme in. Wat blijkt? Al jaren ‘verbouwt’ hij zijn eigen groenten. Zo goed en zo kwaad als het kan, op een paar verscholen plekje (“Nee dame, die verklap ik niet. Voor je het weet gaat een ander der doorheen lopen graaien.”) Sommige zaden peuterde hij uit groenten, andere kreeg hij van een vriendelijke dame wiens naam hij niet meer weet.

Ongezonde leefstijl
Dakloos zijn betekent doorgaans ook ongezond eten. Psychische problemen, verslavingen of een algehele zelfverwaarlozing, gecombineerd met – vaak – een lange gewenning aan een ongezonde leefstijl zorgen er voor dat gezond eten als minder belangrijk wordt gezien. Het is soms lastig om überhaupt aan voldoende eten te komen – laat staan dat je dan kieskeurig bent in wat je eet. Met als gevolg natuurlijk een slechtere gezondheid. Het is één van de oorzaken dat daklozen gemiddeld dertig jaar korter leven dan de doorsnee mens.

Toch is er ook bij daklozen wel degelijk gezondheidswinst mogelijk. De bandbreedte is daarbij vrij groot; zoals ook de verschillen tussen daklozen groot zijn. Zo is er in Amersfoort een aantal jaar geleden in navolging van een Canadees voorbeeld een opvang geopend waar gratis bier verstrekt wordt aan alcoholverslaafde daklozen – een prima methode om die doelgroep aan je te binden. Gezondheidswinst was één van de doelen. En wat bleek? Een eerste peiling toonde aan dat het de daklozen ook om de gezamenlijke maaltijden ging. Helaas zijn geen cijfers beschikbaar over de uiteindelijke effecten van het initiatief. (Ik houd me van harte aanbevolen voor wie deze wel heeft.)

Initiatieven
Ook gezamenlijke maaltijdverstrekking of individuele voedseluitdeelacties kunnen een bijdrage leveren aan verbetering van gezondheid en vermindering van eenzaamheid. Bovendien is aan gestructureerde voedselhulp vaak ook een achterliggend plan verbonden om deze zwakke groep te bereiken en – waar gewenst – hulp te bieden. Dat is ook zichtbaar bij de Voedselbank, die een eerste aanspreekpunt kan zijn voor zorgvragen.

Maar de mooiste voorbeelden vind ik toch die, waarbij daklozen zélf bijdragen aan hun voedselvoorziening. Bijvoorbeeld de moestuinbakken van HVO Straetenburgh, waaraan de ‘bewoners’ zelf bijdragen, onder begeleiding van Ellen Mookhoek. En, groter, indertijd de stadsmoestuin van de Nico Adriaanse Stichting (een initiatief van toentertijd de Pauluskerk) in het centrum van Rotterdam.

Tegenprestatie
Afgelopen maart was er nogal wat ophef over de voedseluitdeelacties van kok Rahal Lamlih in Breda. Uitdelen zou overlast in de hand werken, en meer: tegenover voedsel moest van de daklozen een prestatie staan. Hoewel deze beslissing van de gemeente later – gelukkig – werd teruggedraaid, is het niet helemaal een vreemde gedachte. Het is wel degelijk zo dat ‘werken voor je maaltijd’ een goed gevoel kan opleveren. Maar met simpelweg een financiële bijdrage vragen voor een maaltijd bereik je dat niet.

Je bereikt dat wél door mensen hun eigen eten te laten verbouwen zodat ze – al is het maar deels – in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Het toont mooi het causale verband aan tussen actie en reactie; wat je zaait, is letterlijk wat je oogst. Kom je niet opdagen, dan verpieteren je planten. Bovendien boek je gezondheidswinst op fysiek en sociaal vlak en verminder je psychische druk én overlast. Is dat geen mooi streven?

Wie pakt de handschoen op?
Wat is het jammer dat ‘mijn’ dakloze niet een vaste plek heeft voor zijn tuinierprojectjes. Dat hij niet de juiste grond en zaden heeft. En dat hij zijn opgedane kennis niet kan delen met anderen, iets dat hem duidelijk erg veel goed deed. Dat hij niet samen kan werken met andere vrijwilligers, en zo weer wat meer socialiseert. Gemeente Nijmegen, kom maar op met je stuk grond. Ik realiseer zo’n project graag voor je.

Preventie van gezinsuitzettingen

2013
06.04

verzamelwoede

 “Kijk nou toch! Als ik het huis maar eenmaal op orde heb, dan weet ik zeker dat hij weer bij me terug komt.”

 

Opruimen
Gisteravond hielp ik een buurvrouw opruimen. Zij en haar man zijn uit elkaar en zij woont met hun drie kinderen voorlopig nog in het oude huis. Het lijkt een simpele vriendendienst, maar het is helaas meer dan dat. Het is een worsteling om niet verder af te glijden en op straat te belanden.

Mijn buurvrouw kan namelijk niet met geld om gaan. In combinatie met haar kinderen het beste willen bieden én het huis gezellig willen maken, zorgt dat er voor dat er nogal wat aan haar handen blijft plakken. Met de spullen in haar huis zou ze gemakkelijk drie normale gezinswoningen kunnen vullen. De toch bijzonder ruime zolder staat vol met tassen, dozen, stapels was en kleding, klusmateriaal. Lopen is er niet mogelijk, net zo min als in de rest van het huis. Alles staat volgebouwd. Toch is ze geen hoarder, zoals je zou verwachten. Ze kan namelijk wel spullen weggooien en wíl ook graag van alle troep af. Maar de energie en de daadkracht ervoor ontbreken gewoon.

Crisis
De crisis is medeveroorzaker van de problemen waarin het gezin verkeert. Zij kreeg een derde kind en stopte met werken. Door de crisis raakte ook hij zijn baan kwijt, waardoor hij op de bank kwam te zitten. Letterlijk: hij raakte na een tijdje de moed kwijt, keerde meer in zichzelf en kwam het huis niet meer uit. Het huis stond op dat moment al vol, en zij probeerde hun verslechterende communicatie te compenseren door meer spullen te kopen. Dat klinkt misschien raar, maar kopen geeft je een korte geluksimpuls. Hij zag het met lede ogen aan, en omdat hij de financiën bijhield zette hij haar op rantsoen. “Zelfs voor de boodschappen kreeg ik geen geld meer,” vertelde ze me gisteren, “omdat hij natuurlijk ook niet wist hoe hij mijn gedrag kon veranderen.”

De ophopende spullen hadden hun weerslag op beider humeur, tot op het punt dat er continu ruzie werd gemaakt. Uit ervaring weet ik dat een opgeruimde omgeving er ook voor zorgt dat je mentaal veel meer aan kunt. Wat doet een volgepropte, vervuilde leefruimte waar je de hele dag in zit dan wel niet met je?

Enfin, om een lang verhaal kort te maken: door teruglopende inkomsten – van een oprotpremie naar de WW naar de Bijstand – is het maar de vraag of het gezin in hun huis kan blijven wonen. Aangezien hij momenteel een andere slaapplek heeft – een gezinsdrama lag anders op de loer – is er ook nog eens sprake van dubbele kosten. Zij kan nergens aanspraak op maken zolang de scheiding niet rond is. En dat is het lastige punt: ze willen helemaal niet definitief uit elkaar, maar zien geen andere mogelijkheid om rond te kunnen komen.

Armoede
Het verhaal van mijn buurvrouw is geen uitzondering. Sinds 2008 leven zo’n 1 miljoen mensen in Nederland onder de armoedegrens, en nog eens zoveel er net boven. Vaak is dat gelukkig kortdurend. Maar ook langdurig onder de armoedegrens zitten komt steeds vaker voor: van 2% naar 2,6% van de bevolking afgelopen jaar. Het aantal woninguitzettingen door huurschulden was in 2011 zo’n 6000 en stijgt nog steeds. En waar de BKR in 2010 nog 45.000 registraties had op hypothecaire achterstanden, was dat halverwege vorig jaar al opgelopen tot 69.000. Steeds meer gezinnen belanden zo uiteindelijk op straat, en kloppen vervolgens aan bij de maatschappelijke opvang.

Preventie
Er wordt gepleit voor verkorting van de wachttijden voor de Bijstand, voor meer opvangplekken, voor snellere doorstroom naar het toch al beperkte aantal sociale huurwoningen. Maar uiteindelijk is dat niet een oplossing – het is een lapmiddel. Wat we echt nodig hebben is preventieve maatregelen, zodat het niet zo ver komt.

Bij mijn buurvrouw ging het vorig jaar al eerder een keer mis, en kwam de hele maatschappelijke santekraam voorbij getrokken. Zo’n beetje iedere instantie is bij haar over de vloer geweest. Totdat haar man weer terug kwam en ze alle hulp verder afbliezen. Er is toen niet tussen die twee bemiddeld. Er is niet aangedrongen op mediation toen de relatietherapeute niet verder kwam. Er is geen plan van aanpak gemaakt van wat dit gezin nodig had om oude patronen te doorbreken en gezonde, nieuwe patronen op te bouwen. Een sociaal wijkteam zou ook hier op zijn plek geweest zijn.

Misschien was mijn buurvrouw er indertijd nog niet klaar voor. Maar inmiddels is het kwartje gevallen en is ze als een razende bezig haar leven op orde te krijgen. Het heeft even geduurd voordat ze door de bomen het bos zag. Maar inmiddels leert ze omgaan met geld, neemt rijlessen om haar actieradius te vergroten, is haar huis aan het opruimen en heeft professionals ingeschakeld voor opvoedingsondersteuning. Nu maar hopen dat het niet te laat is. Want voor mijn buurvrouw is het inmiddels vijf voor twaalf.

 

Laten we van elkaar leren en vertel ons: wat is er mogelijk aan preventie als je een gezin ziet afglijden? 

 

De toekomst van de zorgsector

2013
05.28

Jan Rotmans

Gisteren bevond ik me met vele anderen op het congres van In voor Zorg. De langdurige zorg, nieuwe woonvormen, de kanteling, de dementieketen kwamen allemaal langs. Enkele jaren geleden was ik er ook, en ik was dan ook benieuwd naar de verschillen met toen: zou er iets veranderd zijn in de sector, qua mentaliteit?

Wat me indertijd opviel, was dat er lovend gesproken werd over zelfsturende teams en de regie op de werkvloer leggen. Het was het voorzichtige begin van de crisis, en de financiële trubbels en besparingen waarmee de sector nu kampt waren nog geen onderwerp van gesprek. Tijdens de hele dag heb ik vol verbazing geluisterd naar wat ik hoorde. Alle dingen die als vernieuwend gepresenteerd werden en waarover vol lof gesproken werd, klonken mij juist erg logisch in de oren. “Maar dat is toch nuchter boerenverstand?” schoot er regelmatig door mijn hoofd. Het was mijn eerste kennismaking met een sector die een eigen taal, regelgeving en moraal kent. Een laatste, verzuilde institutie zo je wilt, waar medewerkers zo vol passie werken dat zij in een impasse zitten om de kont tegen de krib te gooien: dat heeft immers consequenties voor de cliënt.

toekomst van de zorg 1Gisteren was te zien dat er de laatste jaren wel degelijk beweging is gekomen in de zorg. Gedreven door de continue aandacht voor de vergrijzing, de stijgende zorgkosten en de daarbij behorende overheidsbesparingen moest er iets gebeuren. En de bezuinigingen zijn daarbij aanjager geweest voor alle veranderingen.

Iedereen leek het met elkaar eens te zijn dat de manier waarop de zorg nu veelal georganiseerd is – hiërarchisch, top-down, verkokerd – passé is. De crux zit ‘m erin om ook daadwerkelijk op een andere manier te organiseren en te werken. Die zoektocht van het ‘weten’ naar het ‘doen’ voelde ik heel duidelijk. Hoe organiseren we nu de zorg zodanig, dat de cliënt centraal staat? Waar ligt de verantwoordelijkheid – bij de cliënt of bij de professional?

Voor mij is het vooral ook een teken dat we er nog niet zijn. En dat is logisch: de transitie waar we middenin zitten met de zorg is niet alleen een sectorale transitie. Je ziet ‘m over de hele breedte van de maatschappij. We gaan van top-down naar bottom-up, van verticaal naar horizontaal en van aanbodgericht naar vraaggestuurd. We gaan naar samen de regie voeren, naar verbindingen leggen en naar kleinere, lokale communities. En dat kost nu eenmaal tijd. (Overigens werd dit alles tijdens de ochtend ook heel helder in beeld gebracht door Jan Rotmans. Zijn presentatie kun je hier vinden; zeker de moeite van het kijken waard.)

toekomst van de zorg 2Al die ‘paradigmaverschuivingen’; het klinkt allemaal heel vaag. Maar het betekent simpelweg dat we weer oog krijgen voor de menselijke maat en dat we er van uit gaan dat we niet de wijsheid zelf in pacht hebben. Juist door te vragen wat iemand nodig heeft kom je samen tot een veel hogere kwaliteit van leven.

Dat was dan ook precies waardoor ik me bedacht dat er nog heel veel werk te verzetten valt. Want er wordt wel gepraat over ‘zelfregie’, ‘ketenintegratie’, ‘samenwerking’ en ‘mondige patiënten’. Maar wat ik op de meeste plekken nog miste was die éne, basale, maar oh zo belangrijke stap: dat je de zorgvrager in kwestie heel goed gewoon zelf kunt vragen wat hij belangrijk vindt en hoe hij het allemaal georganiseerd wil hebben. En dat je daarop vervolgens je zorg aanpast. Dat is pas echt vraaggericht werken.

toekomst van de zorg 3Dat is de komende jaren voor de meeste zorgorganisaties nog een brug te ver. Laten we eerst maar eens beginnen met beseffen dat juist de zorg niet de plek is om te werken in termen van efficiency en targets, maar in termen van maatschappelijke meerwaarde en gerichte aandacht. De stap om écht vraaggericht en op basis van zorgidentiteit te gaan werken mag dan van mij best nog even blijven liggen. Die zie ik over een jaar of vijf bij een volgend congres wel weer terug.

Op dit YouTubekanaal vind je een aantal van de presentaties die tijdens het congres zijn gegeven. Wil je geïnspireerd worden, neem er dan vooral een kijkje.

Van bloemetjes en bijtjes

2013
05.21

Mijn schoonmoeder is panisch voor bijen. Nu ja, eigenlijk voor wespen, maar hé, ze hebben allebei praktisch hetzelfde jasje aan dus ze wacht doorgaans niet tot ze het onderscheid kan zien. En tja, wie neemt het haar kwalijk?

Toch zijn bijen doorgaans niet alleen best vriendelijk, maar ook vooral heel nuttig. Heel terecht dus dat er de afgelopen tijd veel aandacht is voor de massale bijensterfte van de afgelopen jaren. De impact ervan kan immers enorm zijn: zonder bijen weinig bestuiving, en zonder bestuiving veel minder soorten voedsel. Reken maar na.

In mijn zoektocht naar de mogelijkheden om bijenlinten aan te planten als sociaal project, stuitte ik op een inspirerende TED-talk van  één van de eersten die aandacht vroeg voor het bijenprobleem. Dennis vanEngelsdorp (laat je niet door de naam afleiden – deze heer komt uit Pennsylvania, USA) voert een mooi pleidooi voor bijen en het houden ervan. Zélfs op je balkon.

 

 

(Bekijk de versie met ondertiteling hier.)

Wil je meer weten over bijen houden of draag je bijen een warm hart toe? Kijk dan eens naar het project I love Beeing van The Tipping Point. Vergeet niet zelf ook wat bloemen te zaaien. En ben je, net als mijn schoonmoeder, niet zo gek op bijen? Dan zijn er vast nog saaie bermen, lege stukjes bouwgrond of geplunderde gemeentelijke plantenbakken die wel wat fleurigs kunnen gebruiken. Veel zaaiplezier!

Ken jij een lege plek die wel wat bloemen kan gebruiken? Vertel het ons hier!

Bezeten door geesten

2013
05.14

Foto: UNAMID Photo, via Flickr.com

Wie een psychische stoornis had, werd vroeger gezien als door de duivel bezeten. Dat is goed voor te stellen, want zo lijkt het af en toe ook. Toevallen, een andere perceptie, geen controle over je gedachten, extreme pieken en dalen – het lijkt soms ook alsof er een ander in je huist.

Medicijnmannen
Voorstelbaar ook dus dat in veel landen waar de moderne psychologie minder bekend is, zoals in de meer rurale delen van het Afrikaanse continent, de lokale gebedsgenezer of medicijnman de eerste stap is bij psychische problemen. Met mijn interesse in psychologie en religie vond ik het dan ook intrigerend om gisteren in de Volkskrant te lezen wat Joop de Jong, cultureel psychiater en jaren werkzaam geweest als tropenarts in West-Afrika daarover te zeggen had.

De Jong stelt dat lokale spirituele genezers een grote bijdrage leveren aan de geestelijke gezondheid van de lokale bevolking waarmee hij in aanraking kwam. Heftige psychische problemen (zoals bipolaire stoornissen, epilepsie en schizofrenie) daargelaten blijkt uit onderzoek dat patiënten met psychische klachten net zo goed geholpen worden door lokale genezers als door modern ‘westers’ opgeleide psychiaters die therapie en medicatie toepassen.

Sociale context
Het is ook niet zo gek; lokale genezers weten doorgaans heel goed wat er speelt in hun gemeenschap. Door onderlinge spanningen aan te kaarten en mensen met elkaar te laten praten kunnen conflicten worden opgelost. Wij kennen dat concept ook – we noemen ze eigen-kracht conferenties. En ook al werken wij daarbij niet met geesten, ook hier leveren ze mooie resultaten op.

Ook kan, door iemand ‘genezen’ te verklaren, er een streep gezet worden onder het verleden en kan iemand weer verder. Helemaal zo’n gek idee nog niet, als je het zo bekijkt.

Alternatieve geneeswijzen
Veel mensen die gebruik maken van alternatieve geneeswijzen doen dit om zich gehoord en begrepen te voelen, voor zingeving en troost. In onze sterk geseculariseerde samenleving  is een helder antwoord op zingevingsvragen vaak afwezig, maar dat neemt niet weg dat de vragen zelf wel degelijk blijven bestaan. Wie ben ik eigenlijk? Waarom overkomt mij dit? Hoe ga ik er mee om? Betekent het dat ik minder waarde ben dan iemand anders? Wat heb ik gedaan om dit te verdienen?

Ook in Nederland bezoekt bijna 50% van de patiënten met een psychisch probleem een alternatief genezer naast zijn of haar reguliere behandeling. De Jong stelt dat de ‘reguliere psychologen’ zich best eens af mogen vragen wat patiënten blijkbaar missen in hun reguliere behandeling, dat zij wel vinden in het aanvullende circuit. Kunnen we daar wellicht nog iets van leren?

 

Wat denk jij? Kunnen we iets leren van aanvullende geneeswijzen of hun beoefenaars?